Onze rechten en onze sociale democratie bloeden
Als je rechten gaat studeren, is een van de eerste principes waarover je leert dat van de rechten van de verdediging, het principe van de TEGENSPRAAK. Dit is een onaantastbaar principe in elke democratie. Onaantastbaar, behalve bij Delhaize... Leeft Delhaize eigenlijk het recht na of spotten ze er telkens weer mee, daarbij in zekere mate geholpen door de rechtbanken? We overlopen hierna enkele symbolische punten van het dossier waarmee we al sinds 7 maart bezig zijn om aan te tonen hoe uitermate schandalig Delhaize zich hierin gedraagt.
Eenzijdige verzoekschriften gebruiken om de staking te breken
Het gaat hier niet om een interprofessioneel conflict met niet-identificeerbare vliegende piketten. Deze stakingen zijn uitgebroken na de aankondiging van Delhaize dat ze hun 128 geïntegreerde winkels gaan franchiseren: dit treft 9.200 banen, de vakbondssecretarissen en afgevaardigden zijn goed gekend!
De stakers zijn werknemers van de winkels waar ze een piket optrekken... Zonder geweld, gewoon met groot verdriet, erg vastberaden en woedend maar op een waardige manier...
Aanvankelijk reageerde Delhaize niet meteen op de stakingen, stapten ze niet direct naar de rechtbank, vroegen ze niet om de vakbonden te ontmoeten, laat staan om via het ministerie een verzoening op te starten. Delhaize hoopte eigenlijk dat de werknemers uiteindelijk zouden opgeven, weer aan het werk gaan en in de situatie berusten.
Maar van berusting was geen sprake, en van het werk hervatten nog minder. Dus schakelde Delhaize - voor het eerst in hun geschiedenis - het gerecht in om de piketten te laten opheffen in de hoop dat de werknemers onder druk van de opgelegde dwangsommen de strijd zouden laten varen. En deze overdreven eisen werden door de rechtbanken gevolgd...
Toen de eerste beschikking op eenzijdig verzoekschrift werd betekend, was het conflict al 17 dagen aan de gang en waren de winkels al even lang gesloten.
Voor wie niet met het recht vertrouwd is: een eenzijdig verzoekschrift bij hoogdringendheid is een afwijking op de procedure. Normaal gesproken is het zo dat, als je beslist om naar de rechter te stappen, je de tegenpartij moet identificeren, je moet hem of haar het recht geven zich te verdedigen. Hier is de tegenpartij gekend. Het zijn de werknemers van de winkels die daar een piket opzetten, het zijn de afgevaardigden, de gewestelijke en federale secretarissen. Zij zijn vaak al meer dan 20 jaar lang in het bedrijf aanwezig. Er is dus geen twijfel mogelijk. De rechtspraak van het Hof van Cassatie (en trouwens ook de Europese rechtspraak) is hierover duidelijk: wanneer men de tegenpartij kan identificeren, worden geen eenzijdige verzoekschriften gebruikt... Het onaantastbare principe van de rechten van de verdediging primeert. Er is geen imminente dreiging: het gaat enkel over het sluiten van winkels, niet over het blokkeren van een kerncentrale of de weigering om patiënten te verzorgen (het stakingsrecht wordt immers geregeld door specifieke wettelijke bepalingen uit 1948)... Hoogstens enkele pakjes boter en wat garnalen die over een paar dagen pootjes gaan krijgen!
Delhaize diende echter overal in het land eenzijdige verzoekschriften bij hoogdringendheid in bij de rechtbanken van eerste aanleg. En ze werden overal in het gelijk gesteld.
Het eenzijdig verzoekschrift is nochtans een uitzonderlijke handelwijze en moet dus binnen een zeer strikt omschreven en restrictief kader worden gebruikt. Waar is de hoogdringendheid als er al meer dan 17 dagen in de winkels gestaakt wordt? Hoezo, de mensen aan het piket kunnen niet geïdentificeerd en dus bij naam aangeklaagd worden? Het zou moedig zijn geweest van Delhaize om al hun werknemers te dagvaarden. Maar daarvoor moesten ze hen in de ogen durven kijken en hen zeggen: “We gaan jullie doen zwichten”. Hier hebben ze de beschikking globaal betekend, zonder iemand bij naam te noemen, zonder te willen luisteren naar de terechte argumenten van de werknemers, zonder recht op verdediging, zonder recht op dagvaarding, zonder recht om als respectabele en gerespecteerde partij in het geding te bestaan!
Alle werknemers - of toch bijna - staan gewoon voor hun winkels en zijn in staking. Ze houden hun collega's niet tegen om te werken, ze wisselen elkaar af...
De directie breekt die staking nu met dwangsommen. Tot € 1.000 per klant die de winkel niet binnen kan. Als je weet dat een klant hoogstens zowat € 100 in de winkel uitgeeft, dan wordt hier voorbijgegaan aan nog een ander basisprincipe van het recht: EVENREDIGHEID. De dwangsom is dan geen forfaitaire burgerrechtelijke sanctie meer, maar wel een volwaardige geldstraf die door een burgerlijke rechtbank uitgesproken wordt. Als mensen aan de piketten gearresteerd worden, doet de burgerlijke rechtbank eigenlijk het werk van de strafrechtbank. Maar over welke inbreuk hebben we het hier?
De voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg gaan zelfs nog een stap verder door te stellen dat de deurwaarder zich mag laten bijstaan door de ordediensten om de beschikking te laten uitvoeren. Concreet heeft dit ertoe geleid dat er politiecombi’s en waterkanons naar Zellik werden gestuurd om 10 vrachtwagens vrij te maken en er op parkings administratieve aanhoudingen werden verricht om de handelsuitbating en de belangen van de aandeelhouders van Delhaize te beschermen in naam van de “absolute noodzaak”.
20 werknemers voor een winkel, drie palletten, 10 omgelegde winkelkarretjes, een vuurkorf, daar hebben we het over... Is dat een absolute noodzaak?
Wat wel een feit is, is dat het stakingsrecht in gevaar komt. Want met zo’n beschikkingen zal elke keer er financieel gevaar dreigt, het stakingsrecht eenvoudigweg verpletterd worden. Dit alles met procedures die lak hebben aan de basisregels van ons rechtssysteem: het recht op verdediging en op evenredigheid!
Begrippen als hoogdringendheid, absolute noodzaak en gevaar worden hier gebanaliseerd... We keren terug naar de 19de eeuw... “Afhankelijk van of je machtig of ellendig bent, maken rechterlijke uitspraken je wit of zwart”!